Nieuws

Samenwerking volgens Tjeerd Roozendaal

Hoe kijkt Tjeerd Roozendaal, Hoofdingenieur-Directeur Programma’s, Projecten en Onderhoud bij Rijkswaterstaat, aan tegen samenwerking?

Tjeerd, waarom is het – in jouw optiek – nodig om samen te werken?
“De huidige opgaven waar we met z’n allen in Nederland voor gesteld staan kunnen we niet meer alleen oplossen. Een goed voorbeeld is het “first mile last mile”- vraagstuk. De tijd die je nodig hebt om van stad naar stad te komen wordt tegenwoordig niet meer alleen bepaald door de reistijd over de snelweg maar veelal ook door de tijd dat je van de snelweg afgaat tot je op je bestemming aankomt. We willen met z’n allen dat reistijd zo kort mogelijk is en die prestatie kunnen we alleen maar mét elkaar optimaliseren. Ze zien je aankomen als je zegt “dit is niet meer ons grondgebied, dus los het zelf maar op.“

“Ander aspect: er is in Nederland een tendens merkbaar dat we het niet meer allemaal zelf willen kunnen. En dat is niet alleen merkbaar bij ons als opdrachtgevers, maar ook in de verticale keten van de markt. Marktpartijen werken uiteindelijk ook in cocreatie aan opgaven en uitdagingen. Ieder heeft z’n eigen expertise en die wordt bij elkaar gelegd. Daar zit de cohesie. Je kan gewoon niet anders dan samenwerken.”

“Er kan wat mij betreft wel nog meer aandacht uitgaan naar samenwerken in de verkennende fase voorafgaand aan een project. Het zit misschien niet zo in ons menselijk gedrag verankerd om, als je nog niet weet wat het gaat worden en in een gedachtenproces zit, dat ook met elkaar te delen. Terwijl je in mijn optiek elkaar juist in die periode ook moet ontmoeten. Bevraag elkaar ook over wat je niet weet, dat is volgens mij de crux.”

“En tot slot een reden die minder vaak genoemd wordt, maar die naar mijn idee misschien nog wel de belangrijkste reden is: bijdragen aan het succes van een ander is een veel diepere motivator dan in je eentje die mijlpaal halen. Ik ben daar stellig van overtuigd maar ga graag een keer het gesprek met je aan als je daar anders over denkt.”

Welke opvatting heb je over het delen en openstellen van kennisbronnen en informatie tussen overheden?
“Ik zou graag het standpunt in willen nemen dat we alles kunnen delen, maar dat is niet reëel. Het is een complex en weerbarstig vraagstuk. Soms kan je bepaalde informatie gewoonweg niet delen vanuit bijvoorbeeld veiligheidsoverwegingen, om privacy redenen of vanwege regelgeving. Als overheden veel gemakkelijker onderling gegevens uitwisselen dan we nu doen, dan zouden we wel een enorme stap kunnen maken. Hetzelfde geldt voor het uitwisselen van informatie met marktpartijen. Uiteraard moet je heel duidelijke afspraken maken over wat je precies deelt, want – nogmaals – niet alles kan en hoeft gedeeld te worden. Maar waar het kan: deel! En laten we dan ervaren wat wél mogelijk is. Ik ben van mening dat we best wel op de lijntjes mogen kleuren en niet alleen maar ruim binnen die lijntjes. Overigens, ik denk dat de komst van de omgevingswet een enorme omwenteling gaat betekenen in Nederland over hoe wij omgaan met informatie. Ik denk dat overheden veel transparanter worden in hun informatievoorziening en de kwaliteit ervan beter gaan borgen. De markt gaat daar vast op inspelen. Ik houd dat nauwlettend in de gaten.”

Waarom kan het ook moeilijk zijn om samen te werken?
“Iedere organisatie heeft een eigen dynamiek en is – zeker in de publieke sector – ingericht als projectorganisatie of lijnorganisatie en niet als een netwerkorganisatie. Netwerken maken samenwerken meer natuurlijk passend. Daarnaast moeten we niet vergeten dat je als medewerker uiteindelijk nog altijd verantwoording aflegt binnen je eigen organisatie. Dat levert in de praktijk soms een spanningsveld op. Organisaties kunnen als molenstenen draaien en initiatieven en goede gedachten vermalen. Wij als leidinggevenden van samenwerkende organisaties moeten ons daar zeer bewust van zijn en wel degelijk de ruimte bieden aan onze mensen. Dat doe ik bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan met collega’s die in zo’n spanningsveld hun weg moeten vinden.”

Wil je het eerste deel van het interview over Tjeerd’s overstap van Amsterdam naar RWS nog eens nalezen? < deel 1 lees je hier > En hier vind je het derde en laatste deel van dit drieluik: <de terugblik op vier jaar AMROR>.